Bij een scheiding wordt er veel over kinderen gesproken en weinig mét hen. Terwijl kinderen vaak nuchter en helder nadenken over wat er thuis gebeurt, soms helderder dan de volwassenen om hen heen. In een kindgesprek krijgt dat een plek.
Ik spreek kinderen en jongeren vanaf ongeveer zeven jaar tot eenentwintig jaar. De vorm past zich aan de leeftijd aan. Met een kind van acht ziet een gesprek er anders uit dan met een student van twintig, die zijn eigen mening allang gevormd heeft.
Wat een kind mij vertelt, blijft bij mij. Wil het kind iets wél met de ouders delen, dan bepaalt het zelf wát er gedeeld wordt, wannéér dat gebeurt en hóé: het kind vertelt het zelf, of ik doe dat namens hem of haar. Ook “nog niet” en “liever niet” zijn antwoorden die blijven staan.
Dat is geen formaliteit maar de voorwaarde waaronder een kind vrijuit durft te praten. Een kind dat vermoedt dat alles wordt doorverteld, vertelt niets of vertelt wat het denkt dat een ouder wil horen.
Kiest een kind ervoor het zelf te zeggen, dan bereiden we dat samen voor. Wat wil je zeggen, in welke woorden, en wat als het gesprek een wending neemt die je niet had verwacht? Een kind gaat bij mij niet onvoorbereid een gesprek in, en mag halverwege stoppen. Ik zit ernaast.
Een kind hoeft geen partij te kiezen en wordt niet gevraagd te beslissen. Die verantwoordelijkheid ligt bij de ouders.
Waar ouders een ouderschapsplan maken, kunnen kinderen een kinderplan maken. Daarin staat wat zij zelf denken, belangrijk vinden en nodig hebben. Het is geen eisenlijst en geen stem in de beslissing, maar het laat ouders zien en ontdekken wat er bij hun kind leeft, vaak op punten waar zij zelf niet aan gedacht hadden.
Ook hier bepaalt het kind of het plan met de ouders wordt gedeeld en op welke manier: zelf voorlezen, samen met mij doornemen of aan mij overlaten.
Wanneer kind en ouders dat willen, kan er een gesprek plaatsvinden met ouders, kind en mij samen. Dat gebeurt nooit onaangekondigd en nooit onder druk; het is een keuze, geen sluitstuk. Zo’n gesprek kan veel losmaken in positieve zin, juist omdat er dan eindelijk met elkaar gepraat wordt in plaats van over elkaar.
Kom je bij mij omdat je ouders uit elkaar gaan of al uit elkaar zijn? Dan is dit wat je van mij kunt verwachten. Je hoeft niets te zeggen wat je niet wilt zeggen. Je hoeft niet te kiezen tussen je vader en je moeder. En wat je mij vertelt, vertel ik niet door, behalve als jij dat zelf wilt. Merk ik of zie ik iets aan je, dan vraag ik het gewoon aan jou. Niet aan je ouders, niet achter je rug om. Wat we daarna doen, bepalen we samen.
Gesprekken vinden plaats op locatie of online, in het Nederlands, Engels of Duits.